Job Cohen werd geboren op 18 oktober 1947 in Haarlem. Hij studeerde rechten aan de Universiteit van Groningen en vervolgde zijn studie aan de Universiteit van Amsterdam. Na zijn studie werkte Cohen als wetenschappelijk medewerker en later als hoogleraar aan de Universiteit van Maastricht.
In 1998 werd Cohen benoemd tot burgemeester van Amsterdam. Hij volgde Schelto Patijn op en was de eerste PvdA-burgemeester van de hoofdstad in decennia. Cohen was geliefd om zijn empathische en verbindende stijl van leiderschap. Hij stond bekend om zijn vermogen om verschillende groepen in de stad met elkaar te verbinden en conflicten op een vreedzame manier op te lossen.
Tijdens zijn burgemeesterschap werd Cohen geconfronteerd met verschillende uitdagingen, waaronder de moord op Theo van Gogh in 2004 en de rellen in de Amsterdamse binnenstad in 2010. Cohen slaagde erin om de rust te bewaren en de stad bij elkaar te houden in moeilijke tijden.
Cohen diende twee termijnen als burgemeester van Amsterdam en trad in 2010 af. Hij werd opgevolgd door Eberhard van der Laan. Na zijn burgemeesterschap was Cohen actief als lid van de Eerste Kamer en als informateur bij verschillende kabinetsformaties.
Job Cohen wordt gezien als een van de meest succesvolle en geliefde burgemeesters die Amsterdam heeft gehad. Zijn verbindende leiderschapsstijl en zijn vermogen om met verschillende groepen in de stad om te gaan, hebben hem tot een iconische figuur gemaakt in de Nederlandse politiek. Cohen wordt nog steeds gerespecteerd en gewaardeerd door velen in Amsterdam en daarbuiten.