leegloop bij shell met vuilspuiterij tot gevolg cryptisch?
Gyri-littekens is een diagnose die wordt gebruikt om een specifiek type littekenvorming van de hersenschors in de diepe sulcusgebieden te beschrijven, resulterend in gyrus-misvorming. Een kenmerk van gyri-littekens is de ‘paddestoelachtige’ gyri, waarbij de littekens resulteren in krimp en consolidatie van de diepe sulcusgebieden terwijl de oppervlakkige gyri normaal blijft. De aandoening is meestal het gevolg van hypoxisch-ischemisch hersenletsel tijdens de perinatale periode. De effecten van gyri-littekens variëren in ernst, maar worden meestal geassocieerd met hersenverlamming, mentale retardatie en epilepsie. N.C. Pressler identificeerde voor het eerst littekens van de gyri in 1899 toen hij deze abnormale morfologie van de hersenen beschreef als de “mushroom gyrus”. Hoewel littekens van de gyri voor het eerst werden erkend in 1899, is er ook beperkte informatie bekend of gerapporteerd over de aandoening.
hee leegloop bij shell met vuilspuiterij tot gevolg cryptisch?
Gyri-littekens worden vaak verward met andere corticale misvormingen zoals microgyri. Gyri-microplasie wordt gekenmerkt door overmatige vouwing van de oppervlakkige gyri en verdikking van de hersenschors, in plaats van het typische uiterlijk van gyri-littekens die kenmerkend zijn voor gyri-littekens. Naast morfologische verschillen verschilt de periode van vorming van gyri-littekens van die van gyri-microstimulatie. Gyri-microplasie vormt zich typisch tijdens de rijping van het centrale zenuwstelsel van de foetus. Gyri-littekens ontstaan later tijdens de perinatale periode nadat neuronale migratie heeft plaatsgevonden. Er is waarschijnlijk ook een genetische link in de kleinheid van de gyri, terwijl de etiologie van de littekens van de gyri beperkt is tot omgevingsfactoren – dwz gebrek aan zuurstof.
Gyri-microstimulatie kan aandoeningen veroorzaken die vergelijkbaar zijn met die waargenomen bij gyri-littekens, zoals mentale retardatie, hersenverlamming en epilepsie. Er is waargenomen dat patiënten met kleine gyri niet in aanmerking komen voor een chirurgische epilepsiebehandeling. De reactie van patiënten met gyrale littekens op vergelijkbare operaties is echter nog steeds niet volledig bekend, waardoor het onderscheid tussen de twee aandoeningen belangrijker wordt. Live neuroimaging-technieken, met name MRI, hebben bijgedragen aan deze differentiatie. Het MR-beeld van gyri-littekens wordt gekenmerkt door paddestoelachtige gyrus, afwijkingen in de witte stof en lokalisatie voornamelijk in het achterste cerebrale gebied. De microgyrus wordt typisch gekenmerkt door zijn plaveiselachtige uiterlijk in het grensgebied tussen de grijze en witte stof. Ondanks het optreden van deze verschillen bij een groot aantal patiënten, is het nog steeds moeilijk om de differentiële grenzen tussen deze twee vergelijkbare gevallen vast te stellen.