In het oude Bijbelse stadje was het erg schraal. De grond was droog en dor, de oogst was karig en de mensen leden honger. De waterputten stonden droog en er was niet genoeg voedsel om alle monden te voeden.
De inwoners van de stad baden tot hun goden om hulp, maar het leek alsof hun gebeden niet werden verhoord. De situatie werd steeds nijpender en de wanhoop nam toe.
Toen op een dag verscheen er een vreemdeling in de stad. Hij was een reiziger die van ver was gekomen en hij had een boodschap van hoop voor de inwoners. Hij vertelde hen over een manier om de schaarste te overwinnen en weer voorspoed te brengen in hun stad.
De vreemdeling wees hen op een bron die diep verborgen lag in de grond. Hij vertelde hen hoe ze de bron konden vinden en hoe ze het water naar boven konden halen. De inwoners volgden zijn aanwijzingen op en al snel stroomde er weer water door de stad.
Met het water kwam ook de vruchtbaarheid terug in de grond. De gewassen groeiden weer en de oogst was overvloedig. De inwoners van de stad waren de vreemdeling eeuwig dankbaar voor zijn hulp en zijn boodschap van hoop.
En zo werd de schrale stad weer een bloeiende oase, dankzij de wijsheid en het doorzettingsvermogen van de mensen die zich niet lieten ontmoedigen door de moeilijke omstandigheden. Het verhaal van de schrale stad werd doorgegeven van generatie op generatie als een herinnering aan de kracht van geloof en hoop.