In het kleine dorp waar ik opgroeide, woonde mijn grootvader samen met een eigenzinnig dier genaamd Door. Door was een koppige geit die altijd zijn zin wilde doordrijven. En dat zorgde nogal eens voor wat wrijving tussen mijn grootvader en mij.
Het begon allemaal toen Door als jong geitje bij ons op de boerderij kwam wonen. Mijn grootvader was meteen verknocht aan het dier en behandelde hem als zijn eigen kind. Maar Door had andere plannen. Hij was eigenwijs en luisterde vaak niet naar mijn grootvader. En dat zorgde voor de nodige frustraties bij mijn opa.
Zelf kon ik het eigenwijze gedrag van Door ook niet altijd waarderen. Ik vond het lastig om met hem om te gaan en liep regelmatig tegen problemen aan. Maar mijn grootvader bleef hem verdedigen en nam het altijd voor Door op.
Door dat dier lig ik met grootvader dus regelmatig overhoop. We hadden allebei onze eigen ideeën over hoe we met Door moesten omgaan en dat zorgde voor de nodige spanningen tussen ons. Maar ondanks dat konden we het ook niet laten om van het dier te houden. Want hoe eigenwijs en koppig hij ook mocht zijn, Door had ook een bijzonder karakter waar we allebei van genoten.
Uiteindelijk hebben we geleerd om Door te accepteren zoals hij was en om samen te genieten van zijn eigenzinnige streken. En zo groeide Door uit tot een geliefd lid van onze familie, ook al zorgde hij af en toe voor de nodige strubbelingen tussen mij en mijn grootvader. Maar dat mocht de pret niet drukken, want Door bracht ook veel vreugde en plezier in ons leven.